RASBESCHRIJVING:

Historie

De Jack Russell terriër
is een Engelse terriër die bekend staat als een ‘werkende' of ‘jacht' terriër . De naam danken deze honden aan Dominee John Russell (bijgenaamd Jack) die in het dorp Swymbridge in Devon, Engeland woonde. Hij was een verwoed jager op vos en otter en hij had een terriër nodig die goed ondergronds kon werken. Zo'n terriër heeft hij dan ook zijn hele leven proberen te fokken. Hij leefde van 1793 tot 1883 en ook nu nog, ruim een eeuw later, wordt de Jack Russell nog steeds in Engeland gebruikt voor de vossenjacht.




Algemene verschijning zoals die in de standaard wordt aangegeven:
goede jack



De Jack Russell Terriër een Rashond!
Er zijn veel honden in Nederland die Jack Russell terriër genoemd worden. Er is alleen sprake van een werkelijke Jack Russell als de voorouders dit ook waren en dat kan alleen worden bewezen met een afstammingsbewijs, de stamboom.


Rasstandaard
Voor de Jack Russell Terriër in Nederland was dat sinds 1992 de Australische standaard. In augustus 1999 volgde de nationale erkenning. De Jack Russell wordt sinds eind jaren '80 in een Voorlopig Register opgenomen en wordt gechipt (vroeger was dat getatoeëerd) door de Raad van Beheer. Op 17 november 2000 is de Jack Russell terrier (voorlopig) erkend door de FCI (het internationaal overkoepelend orgaan op hondengebied). Hierbij wordt ook de nieuwe (FCI) standaard gehanteerd. (FCI- standaard no. 345, 09-08-2004, GB). Vanaf die datum worden de Jack Russell terriers opgenomen in de bijlage G-0 van het NHSB.

Karakter

De Jack Russell is binnenshuis een gezellige hond. Zij zijn zeer trouw aan hun familie en kunnen , zeker als ze mee zijn opgegroeid , goed met kinderen overweg.Een Jack Russell is ontzettend actief. Een gezonde Jack Russell, in goede conditie, is nagenoeg onvermoeibaar. Zorg er daarom voor dat u hem voldoende bezig houdt, zowel lichaamlijk als geestelijk. Een hond die zich buiten niet kan uitleven, doet dat binnen!
Het voordeel van het actieve en sportieve Jack Russell is dat dit ras geschikt is om allerlei soorten hondensport mee te bedrijven; van doggy-dance tot behendigheid, overal zijn Jack Russells in voor! Spelenderwijs kunt u hem snel leren wat er van hem wordt verwacht.


Foute Jack
black en tan is geen jack-russell



Jack Russells zijn zeer waaks en zullen regelmatig blaffen. Wilt u dit niet, dan moet u dit van jongs af aan beperken.

Ook zijn het verwoede gravers. Een goede raad voor de eigenaar, waar niet gegraven mag worden, mag dat nooit, want een klein pupje graaft een klein gaatje, maar een volwassen Jack Russell tovert in een onbewaakt ogenblik uw tuin om in een kleine zandafgraving.

De Jack Russell is dus een echte karakterhond. Zij zijn vaak erg eigenwijs zijn en zijn zeer pienter, en zij vereisen daarom een zeer consequente opvoeding. Vergeet niet dat bepaalde gedragingen misschien wel leuk zijn in een jonge hond, maar ongewenst zijn in een volwassen hond (bijv. op tafel lopen, achter de kippen aan jagen).

De Jack Russell Terriër is een grote hond in een kleine verpakking.Wat niet klein aan de hond is, is zijn onverschrokken karakter, gebit en moed. Zij zijn echt niet bang voor de grote valse hond van de overkant. Ze zijn vrij fel en houdt hier te allen tijde rekening mee!



Vacht
De Jack Russell komt voor in drie vachtvariëteiten, nl. gladhaar, broken coat en ruwhaar. Eenvoudig gesteld zou je kunnen zeggen dat broken coat tussen glad en ruw inzit. Bent u in het bezit van een ruwharige Jack Russell terriër dan zult u er voor moeten zorgen dat zijn vacht een paar keer per jaar geplukt wordt, door uzelf of een trimmer.



Kleur
Waarschuwing: Momenteel worden er Jack Russells in allerlei kleuren te koop aangeboden. Maar genetisch is het onmogelijk een “Black and Tan” Jack Russell te fokken uit echte Russell ouders. in dat geval bent u altijd in het bezit van een rasechte kruising!

Volgens de Standaard moet de Jack Russell hoofdzakelijk wit zijn, met bruine, zwarte en/of tankleurig aftekeningen. Wit en wit-lemon mag ook. Brindle (gestroomde) aftekeningen zijn ongewenst.

Erfelijke afwijkingen
Patella Luxatie
(losse knieschijven) is een aandoening die bij veel kleine terriër rassen voorkomt. Indien u een pup koopt via de pup-info van de Nederlandse Vereniging Jack Russell terriër zijn beide ouderdieren onderzocht op Patella Luxatie. Ook moeten de ouderhonden beide (jaarlijks) zijn getest op erfelijke oogafwijkingen.Zij moeten van beide ‘vrij’ zijn.

 

 

RASSTANDAARD:

FCI- standaard no. 345, 05-12-2012/EN



LAND VAN OORSPRONG: Engeland

LAND VAN ONTWIKKELING: Australië

PUBLICATIEDATUM VAN DE ORIGINELE GELDIGE STANDAARD: 25-10-2000



GEBRUIKSKENMERKEN:

Een goede werkende terriër met het vermogen om onder de grond te gaan. Een uitmuntende gezelschapshond.



KLASSIFICATIE FCI:

Groep 3: Terriërs

Sectie 2: Kleine Terriërs

Met werkproef



BEKNOPTE GESCHIEDENIS:

De Jack Russell Terriër vindt zijn oorsprong in het Engeland van de 19de eeuw, dankzij de inspanningen van Dominee John Russell. Hij ontwikkelde een stam Foxterriërs, die paste bij zijn behoefte aan een hond die met de Foxhounds mee kon lopen en die onder de grond kon gaan om de vos en ander schadelijk wild te "laten springen" uit zijn hol. Er ontstonden twee variëteiten met fundamenteel gelijkvormige standaarden, behalve in verschillen, voornamelijk in hoogte en verhoudingen. De grotere, vierkantere hond is bekend als de Parson Russell Terriër en de kleinere, iets langer gebouwde hond is bekend als de Jack Russell Terriër.



ALGEMEEN VOORKOMEN:

Een sterke, actieve, lenige, werkende terriër met een geweldig karakter en een flexibel lichaam van gemiddelde lengte. Zijn vlugge bewegingen passen bij zijn levendige uitdrukking. De staart kan, naar keuze, al dan niet gecoupeerd worden en de vacht mag gladharig, ruwharig of "broken" zijn.



BELANGRIJKE LICHAAMSVERHOUDINGEN:

De gehele hond is langer dan hoog, d.w.z. rechthoekig

De lichaamsdiepte van schoft tot onderzijde van de borstkas behoort gelijk te zijn aan de beenlengte van elleboog tot de grond.

De omvang van het lichaam achter de ellebogen behoort ongeveer 40-43 cm te zijn.



GEDRAG/TEMPERAMENT:

Een levendige, alerte en actieve terriër met een levendige, intelligente uitdrukking. Moedig en onbevreesd, vriendelijk maar zelfverzekerd.





HOOFD



SCHEDEL GEDEELTE:

Schedel: De schedel behoort vlak te zijn en van een gemiddelde breedte, die geleidelijk smaller wordt naar de ogen en toeloopt in een brede voorsnuit.

Stop: Duidelijk gedefinieerde stop, die niet te uitgesproken mag zijn.



AANGEZICHTSGEDEELTE:

Neus: Zwart

Voorsnuit: De lengte van de stop tot de neus behoort iets korter te zijn, dan de lengte van de stop tot de achterhoofdsknobbel.

Lippen: Goed aansluitend en zwart gepigmenteerd.

Kaken en gebit: Zeer sterk, diep, breed en krachtig. Sterke tanden, die sluiten in een schaargebit.

Wangen: De wangspieren behoren goed ontwikkeld te zijn

Ogen: Klein, donker en met een levendige uitdrukking. Mogen niet bol zijn en de oogleden moeten goed aangesloten zijn. De oogleden moeten zwart gepigmenteerd zijn. Amandelvormig.

Oren: Knopoor of hangend oor, van goede structuur en grote beweeglijkheid.



HALS: Sterk en droog, geschikt om het hoofd in balans te dragen.



LICHAAM:

Rug: Recht. De lengte van schoft tot staartaanzet moet iets groter zijn dan de hoogte van schoft tot de grond.

Lendenen: De lendenen behoren kort, sterk en goed gespierd te zijn.

Borst: De borst is eerder diep dan breed, met voldoende afstand tot de grond, zodat de onderzijde van de borstkas zich  halverwege de grond en de schoft bevindt. Vanuit de ruggengraat behoren de ribben goed gewelfd te zijn, waarna ze vlakker worden naar de zijden toe, zodat de omvang  achter de ellebogen te spannen is met twee handen (span ongeveer 40 -  43 cm).

Punt van het borstbeen duidelijk voor de schouderpunt.



STAART: Mag hangen in rust. In beweging moet de staart omhoog gedragen worden en wanneer gecoupeerd, behoort de staartpunt op dezelfde hoogte gedragen te worden als de oren.



LEDEMATEN



VOORHAND:

Schouders: Goed schuin naar achter liggend en niet zwaar beladen met spieren.

Voorbenen: Recht van bot van de elleboog tot de tenen, zowel van voren als van opzij bezien.

Opperarm: Van voldoende lengte en met voldoende hoeking, zodat de ellebogen onder het lichaam kunnen staan.



ACHTERHAND:

Algemene verschijning: Sterk en gespierd, in balans met de schouderpartij.

Knieën: Goed gehoekt

Achterbenen (Middenvoet): Parallel, bezien van achteren in vrije stand.

Hakken: Laag geplaatst.

Voeten: Rond, hard, stevige voetzolen, niet groot, tenen matig gewelfd, niet in- of uitdraaiend.



GANGWERK/BEWEGING: Vrij, zuiver en veerkrachtig.



VACHT:

BEHARING: Mag glad, "broken" of ruw zijn. Moet weersbestendig zijn. Vachten mogen niet veranderd worden (door trimmen) om glad of “broken” te lijken.



KLEUR: Wit MOET overheersen met zwarte en / of tankleurige aftekeningen. De tankleurige aftekeningen kunnen van de lichtste tot de warmste tankleur (kastanje) zijn.



MAAT EN GEWICHT:

Ideale hoogte: 25 cm  tot 30 cm

Gewicht: Dusdanig dat 1 kg gewicht met 5 cm hoogte overeenkomt. Dat houdt in dat een hond van 25 cm hoogte ongeveer 5 kg behoort te wegen en een hond van 30 cm hoogte 6 kg behoort te wegen.



FOUTEN: Elke afwijking van de voorafgaande punten moet aangemerkt worden als een fout en de ernst waarmee de fout aangemerkt moet worden, moet in juiste verhouding staan tot de mate waarin hij voorkomt en het effect van deze fout op de gezondheid en het welzijn van de hond en zijn vermogen zijn oorspronkelijke werk te verrichten. De volgende afwijkingen echter behoren in het bijzonder bestraft te worden:

·         Gebrek aan de juiste terriërkenmerken

·         Gebrek aan balans, d.w.z. overdrijving van welk punt dan ook

·         Trage en ongezonde gangen

·         Fout gebit

 

DISKWALIFICERENDE FOUTEN:

·         Agressieve of overdreven schuwe honden

·         Elke hond, die duidelijk lichamelijke afwijkingen of gedragsafwijkingen

vertoont.



NB. :

Mannelijke dieren behoren twee, duidelijk normale testikels te hebben, die volledig zijn ingedaald in de balzak.

 

WAARSCHUWING:

 

Met enige regelmaat worden in advertenties en op internet, Black and Tan-kleurige Jack Russells aangeboden. Deze honden zouden dan zeer exclusief zijn en worden (dus) ook tegen hoge prijzen aangeboden. Misschien zijn deze honden dan "exclusief", Jack Russells zijn het zeker niet! Een Jack Russell is volgens de rasstandaard "overheersend wit met zwarte en/of tankleurige aftekening". Het tankleur mag van licht tot warm kastanje-kleur zijn. Maar de hond is dus overheersend wit.

Volgens de zg. kleurvererving kan een Jack Russell nooit black and tan zijn. Stelt u zich eens voor; een witte Rottweiler of Dobermann (beide rassen zijn normaal black and tan)! Dan zou u toch ook zeggen; dit is een miskleur, of dit is geen "echte".

Een dure exclusieve Black and Tan-Jack Russell Terriër is gewoon een hele dure bastaard! Dit heeft niets meer met een rashond te maken.
LET OP: ook blauwe, gouden zilver en voskleurige enz. zijn GEEN Jack Russell Terriers!!
Bron: NVJRT
aug2010